donderdag 23 februari 2012

Beleggersfouten


do 23 feb 2012, 10:28
Belegger is zelf zijn grootste vijand

AMSTERDAM -  Er is interessant nieuw wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd over de fouten die beleggers maken. Er werden (onder Zweedse beleggers) vijf gedragingen aangetoond die maar tot één conclusie kunnen leiden: de belegger is vooral zijn eigen grootste vijand.

In een van zijn meeste recente columns maakte Jason Zweig ons attent op een interessante wetenschappelijke studie onder Zweedse beleggers. De studie, getiteld ‘Why Do Individuals Exhibit Investment Biases?’ werd verricht door Henrik Cronqvist en Stephan Siegel. De uitkomsten van deze studie sluiten naadloos aan bij die van andere studies, waarvan ik er een aantal besprak in mijn column van 26 januari dit jaar ‘Trading is gevaarlijk’.
De onderzoekers Cronqvist en Siegel hebben gebruik gemaakt van een unieke database, zo merkt Zweig terecht op. In Zweden verzamelt de overheid van iedere belastingbetaler zijn gehele beleggingsprofiel, welke individuele titels ze hebben en welke transacties ze hebben uitgevoerd. De onderzoekers hebben deze gegevens verzameld over de periode van 1999 tot en met 2007 en hebben vervolgens gekeken welk beleggingsgedrag de Zweden hebben laten zien.
De studie concentreerde zich dus niet zozeer op wat voor rendementen er werden behaald, maar meer of Zweedse beleggers gevoelig waren voor bekende psychologische geaardheden/ neigingen. En dat waren ze. De bekende valkuilen deden zich inderdaad voor.
Meer specifiek was er sprake van:

1. Gebrek aan diversificatie (wat door de onderzoekers werd aangetoond doordat er een voorkeur is voor beleggen in eigen land);
2. Te veel handelen (zie voor meer informatie ook de bovengenoemde column);
3. Te veel terughoudendheid in het nemen van verliezen (het bekende l.l.-fenomeen, ofwel het laat-maar-lopen-fenomeen, waardoor er te lang geld geblokkeerd blijft in slechte beleggingen);
4. ‘performance chasing’, ofwel de neiging iets te kopen dat het in de voorbije periode goed heeft gedaan;
5. De neiging te snel rijk te willen worden.

Er zijn nog twee andere interessante bevindingen het memoreren waard. Ten eerste dat er geen bewijs is dat opleiding invloed heeft op bovengenoemde geneigdheden. Met andere woorden, beter opgeleiden hebben niet minder last van de psychologische valkuilen die succesvol beleggen in de weg staan.
Ten tweede bleek dat mensen die dezelfde genetische achtergrond hebben in dezelfde mate de bovengenoemde fouten neigen te maken. Dit laatste werd aangetoond door naar het gedrag van tweelingen te kijken. Dat genetische achtergrond een rol speelt kwam vooral tot uiting bij het gebrek aan diversificatie. Even plat gezegd, ‘wat de boer niet kent, eet hij niet’ is vooral een familiale aangelegenheid.

Zweig merkt tot slot op dat de marketeers van financiële dienstverleners waarschijnlijk met goede redenen in hun marketinguitingen gebruik maken van zaken als ‘urgentie’, ‘bekendheid’ en ‘potentiële snelle winsten’. Beleggers zijn immers geboren met de (aangeboren) neigingen om bijvoorbeeld te weinig te diversifiëren, te veel te handelen en achter ‘hot returns’ aan te lopen.

Harry Geels is directeur Research en partner bij Inmaxxa Vermogensbeheer in Naarden.

http://www.telegraaf.nl/dft/goeroes/harrygeels/11577375/__Belegger_zelf_grootste_vijand__.html

7 opmerkingen:

  1. Hoe presteert de privébelegger?
    30 Mar 2012 om 10:45 -
    Beste Dr. Hoe,
    Hoe juist is de perceptie dat particuliere beleggers notoire underperformers zijn?

    De dokter antwoordt:
    Die perceptie is hardnekkig, dat is in elk geval zeker. Ook na de aandelenrally van de afgelopen drie maanden hoor je weer dat als de particuliere belegger zich ook weer in de markt waagt, de rally wel snel voorbij zal zijn. Dumb money, dom geld, wordt die laatste stuiptrekking van een bullmarkt door instroom van particuliere beleggers snerend genoemd. Maar eerlijk is eerlijk, er zijn ook wel cijfers die dit beeld bevestigen.
    In eigen land is het bekendste onderzoek dat van de Universiteit van Maastricht in samenwerking met Alex. Daarbij werd gekeken naar de rendementen van 70.000 rekeninghouders van Alex tussen 2000 en 2006. Wat bleek, deze particuliere beleggers haalden in die tijd gemiddeld een rendement van –1,76% per maand.
    Dat is, 84 maanden achter elkaar, behoorlijk dramatisch – zelfs al daalde de AEX in die periode ook een paar honderd punten. Van iedere 100 euro bleef uiteindelijk 22,50 euro over (-77,50%). Eén van de redenen is de opkomst van online beleggen dat de toegang tot de markt veel makkelijker heeft gemaakt.
    Alle blinkende tools waarover de doorsneebelegger tegenwoordig kan beschikken, zorgen bovendien voor een soort dealingroom op zolder en geven al snel de illusie dat met de tools ook de skills als bij toverslag aanwezig zijn. Dat leidt al snel tot een dodelijke cocktail van overmoed en te veel transacties (=hoge kosten).
    Wel blunders, geen underperformance?
    De efficiënte markthypothese gaat er echter juist vanuit dat de particuliere belegger onderdeel van de kudde is en daardoor geen structurele under- of outperformance zou moeten behalen. Een research paper van de alom gerespecteerde Barber en Odean uit 2000 bevestigt dat beeld, zij traceren – voor kosten – ook geen substantiële afwijking van het marktgemiddelde bij particuliere beleggers, behalve in Taiwan waar particuliere beleggers wel duidelijk underperformden.
    Dat neemt niet weg dat wetenschappelijk onderzoek wél heeft aangetoond dat particuliere beleggers de neiging hebben bijvoorbeeld te dicht bij huis te beleggen en ronduit slecht te zijn in het timen van de markt (weer Barber en Odean). Hierdoor ontstaat een merkwaardig beeld van particuliere beleggers die wel fout op fout stapelen, maar het toch niet aantoonbaar veel slechter zouden doen dan de markt.
    Maar gelukkig staat de wetenschap niet stil. Deze week werd een research paper naar de performance van Duitse particuliere beleggers gepubliceerd (door Andreas Hackethal, Steffen Meyer, Dennis Schmoltzi and Christian Stammschulte). Zij doen een poging kunde van geluk te scheiden in de rendementen van ruim 8.000 Duitse klanten van een online broker tussen september 2005 en april 2010.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. 2)
    De onderzoekers waren er op uit om te kijken hoeveel alpha (voor risico-gecorrigeerde extra rendement) deze groep beleggers wist te genereren.
    De kernpunten uit hun bevindingen:
    1) De portefeuille hebben een zware weging voor aandelen (58%) en beleggingsfondsen (36%) en nauwelijks obligaties.
    2) Er is nauwelijks enige balans in de portefeuille op criteria als omvang (largecaps-smallcaps), waardering of momentum.
    3) Een gelijkgewogen samenstelling van de 8.621 portefeuilles levert een geannualiseerde alpha op van –4,9% (of –5,8% inclusief kosten).
    4) Na 1.000 bootstrapping-simulaties blijkt dat de beleggers waarde vernietigen met hun keuzes. Liefst 91% van de beleggers creëert negatieve alpha.
    5) De beleggers blijken tijdens en sinds de financiële crisis slechter te presteren ten opzichte van de markt dan voor de crisis (kantelpunt 1-1-2008).
    In goed gezelschap
    De particuliere belegger bevindt zich met zijn underperformance wel in goed gezelschap. Van de actieve fondsmanagers blijkt uit recent onderzoek van Lipper FMI 60% van de aandelenfondsen op lange termijn de index niet bij te houden en liefst 84% bij obligatiefondsen doet het over tien ajar slechter dan zijn vergelijkindex.
    Ander onderzoek wees uit dat beursgenoteerde ondernemingen ook slecht zijn bij het timen van het inkopen van eigen aandelen. Net als de particuliere belegger kopen ze hoog en verkopen ze laag. Voeg daar bij dat hedgefunds ook bij bosjes omvallen of ronduit tegenvallende resultaten behalen en de vraag dringt zich op wie er nu eigenlijk wel structureel beter dan de markt presteert.
    De privébelegger heeft één troost. Hij vindt, in elk geval volgens onderzoek van de Universiteit van Tilburg, het spel net zo leuk als de knikkers. Een hobby mag wat kosten, zeg maar. Maar als de knikkers op zijn, wordt het spelen lastig. En daar komt nog bij dat beleggen met het wegvallende oudedagvangnet van de overheid en pensioenvoorzieningen, straks helemaal geen vrijblijvend spel meer is, maar bittere noodzaak. En dan tellen de knikkers des te zwaarder.

    Dr. Hoe is het pseudoniem van de experts uit het columnistengilde en de redactie van IEXProfs. Stuur hier uw vraag of reactie aan Dr. Hoe.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. 03-01-2012 | Gepubliceerd 09:51
    03-01-2012 | Laatst bijgewerkt 15:38

    Mijn tien beleggingstips zijn vooral gericht op het beschermen van een goede nachtrust, in plaats van een snelle vermogenstoename, zegt Errol Keyner van de VEB.
    Voorzichtigheid is geboden voor beleggers zolang de eurocrisis nog voortwoekert en de economische gevolgen ongewis zijn.
    Ik ben dol op lijstjes en kan de gelegenheid niet onbenut laten om u mijn top-10 beleggingstips te presenteren voor 2012. In tegenstelling tot de gebruikelijke lijstjes met kooptips, bestaat mijn top-10 deels uit zaken waar je als belegger ver weg van moet blijven.

    1. Beleg nooit met geleend geld, maar vooral niet zolang de euro en het financiële systeem wankelen. Als uw beleggingsvisie niet uitkomt, brandt u uw handen dubbel. Los ook overige schulden zoveel mogelijk af. Een goede nachtrust is goud waard.

    2. Leef zuinig en vergroot uw spaarsaldo. Indien u een hoog spaarsaldo heeft, spreid het over meerdere banken die onder de Nederlandse spaardepositogarantie vallen. Mocht werkelijk paniek uitbreken op de aandelenmarkt, dan heeft u genoeg ammunitie om de koopjes af te struinen. Hiermee legt u een stevigere basis voor lange termijn vermogensaanwas.

    3. Als u voorlopig nog (betaald) werkzaam wilt zijn, investeer in uw kennis en vaardigheden zodat uw marktwaarde toeneemt.

    4. Wantrouw complexe financiële producten, zeker als met hoge rendementen wordt geschermd. Een waarheid als een koe, maar u zou er versteld van staan als u wist hoeveel mensen hier nog intrappen. De verbazing zal nog groter zijn wanneer u later tot de conclusie komt dat u een van hen bent.

    5. Als u financiële producten koopt (of reeds in bezit heeft) om vermogen mee op te bouwen, let op de kostenstructuur. Staar u niet blind op een eventueel fiscaal voordeel. Kosten van verzekeraars of vermogensbeheerders gaan af van uw bruto rendement. Bij hoge kosten wordt u onvoldoende gecompenseerd voor het beleggingsrisico dat u - en vaak niet de verzekeraar of vermogensbeheerder - loopt.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. 6. Als beleggen niet uw hobby is, maar u wel de noodzaak inziet van vermogensopbouw voor de lange termijn: beleg overtollig spaargeld in een aantal passief beheerde beleggingsfondsen (trackers) met een lage kostenstructuur en beperkte omloopsnelheid binnen het fonds.

    7. Als beleggen wel uw hobby is en u wilt ook in individuele aandelen beleggen, zorg dat u uw huiswerk verricht. Lees op zijn minst het jaarverslag en analyseer de jaarrekening. Probeer het winstgenererend potentieel van het bedrijf voor de komende jaren conservatief in te schatten en verdisconteer de toekomstige winsten met een ruime factor. Hoe riskanter de onderneming, hoe hoger deze factor.
    Gebruik deze schattingen als basis voor een waardebepaling van het (aandeel in het) bedrijf. Vergelijk de door u geschatte waarde met de markt (koers). Als u het aandeel van een degelijk bedrijf met een korting kunt kopen, is de kans groter op een goed toekomstig rendement. Als bovenstaande onduidelijk is voor u, is het verstandig eerst uw kennis over beleggen verder te verhogen. In de tussentijd, zie punt 6.

    8. Mijd beleggingen in onroerend goed, behalve wanneer de korting op de intrinsieke waarde fors is en de financiering voor de komende jaren is veilig gesteld. De afwaarderingen op veel onroerend goed zijn pas net begonnen.

    9. Wees voorlopig zeer terughoudend met aandelen en achtergestelde obligaties van banken en verzekeraars, tenzij u van een gokje houdt. Wacht liever even af of de eurocrisis goed wordt opgelost.

    10. Als u niet gelooft in markttiming en u wilt absoluut nu een aandeel kopen voor de lange termijn, dan lijkt Royal Dutch Shell een verantwoorde keuze. Shell heeft al een reeks van jaren gigantische bedragen geïnvesteerd in het zoeken naar gas en olie. De eerste grote resultaten hiervan zullen in 2012 zichtbaar worden. Daarnaast is Shell begonnen om de interne kostenstructuur onder handen te nemen. Hiermee zal niet alleen de financieringsbehoefte afnemen, maar ook het dividend op een hoog peil kunnen blijven. Tegelijkertijd zal de winst per aandeel - weliswaar met conjuncturele horten en stoten - structureel kunnen toenemen over het komende decennium.

    Ik wens u een gezond en succesvol beleggingsjaar toe!

    Errol Keyner is adjunct-directeur bij de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), maar schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Beleggers zijn slechte verliezers
    18 Apr 2012 om 12:00 - Nick Armet -

    Hebt u zich ooit afgevraagd welk deel van uw hersenen beslissingen voor u neemt? Recente ontwikkelingen in gedragspsychologie duiden erop dat het wellicht niet het deel is dat u denkt. De amygdala – een van de oudste delen van onze hersenen – speelt een cruciale rol bij het bepalen van onze emotionele toestand door onze onbewuste reacties op (en herinneringen aan) angst, pijn en genot te sturen.
    Essentieel wellicht in ons dagelijks leven, maar alles wijst erop dat de amygdala bar slecht is in het nemen van beleggingsbeslissingen. Het probleem is dat we bij complexe zaken volgens behavioral finance geen extra tijd besteden aan bewust nadenken over kwesties, maar heel vaak terugvallen op ons instinct en eenvoudige vuistregels toepassen.
    Ons onderbewustzijn wil zowel verliezen als het nemen van beslissingen die we later betreuren, voorkomen. Dit zijn twee van de meest gebruikelijke hindernissen die men bij beleggen moet nemen. Wetenschappelijk onderzoek lijkt te bevestigen dat onze aversie tegen verliezen niet is aangeleerd, maar bij alle mensen en andere primaten is aangeboren.
    Aangeboren verliesangst
    In 2006 voerde M. Keith Chen van Yale University een experiment uit waarin kapucijnapen penningen voor fruit konden uitwisselen met twee onderzoekers. De apen werden geconfronteerd met een situatie waarin Verkoper A hen één schijfje appel liet zien, maar de helft van de tijd een extra bonusschijf toevoegde. Verkoper B toonde hen twee schijven appel, maar overhandigde in de helft van de gevallen slechts één schijfje.
    De apen vertoonden een sterke voorkeur voor handelen met Verkoper A (71% van de tijd), ondanks de 50% kans om uiteindelijk twee appelschijven van éé van beide kopers te krijgen. Angst voor verlies bepaalde hun denken. Niet overtuigd? Bekijk deze twee situaties eens:
    1: Wat kiest u?
    Gegarandeerd 900 euro ontvangen OF een gok van 90% wagen om 1.000 euro te ontvangen.
    2. Wat kiest u?
    Gegarandeerd 900 euro verliezen OF een gok van 90% wagen om 1.000 euro te verliezen.
    Inconsequent
    Als u zoals de meeste mensen bent, kiest u waarschijnlijk voor het zekere in situatie 1 (aversie tegen risico’s). Maar in situatie 2 kiest u waarschijnlijk, net als de meeste mensen, voor de gok. Dit ondanks het feit dat het probleem in situatie 2 het spiegelbeeld is van situatie 1. Het belangrijkste verschil is dat situatie 2 is geformuleerd als een verlies.
    Bij het vooruitzicht van een verlies houden we vast aan de mogelijkheid om dit te voorkomen. En de kans is groter dat we irrationeel handelen door een verlies dat groter kan uitvallen te riskeren om de pijn van überhaupt verlies nemen te voorkomen. Als we deze aversie tegen verliezen combineren met ons vermogen tot creatief mentaal boekhouden, hebben we een recept voor teleurstellend beleggen.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. 2)
    Als bijvoorbeeld één belegging in onze portefeuille een verlies van 5% vertoont en een andere een winst van 5%, zouden we blij moeten zijn dat we onze inleg hebben gespreid. Als we een aantal fondsen aan onze portefeuille willen ontrekken, verkopen we het verlieslijdende fonds en zijn we niet slechter af, toch? In werkelijkheid ligt het niet zo gemakkelijk.
    Three Strikes You're Out
    Het verlieslijdende fonds verkopen betekent namelijk een verlies in een mental account uit te kristalliseren en ons onderbewustzijn zegt ons verliezen te vermijden. In feite blijkt uit onderzoek naar behavioral finance dat de kans groter is dat we de winnaar verkopen. Dit disposition effect vormt een ernstig probleem bij beleggen waar het domweg onmogelijk is het altijd bij het rechte eind te hebben.
    En waar ook het idee van een gespreide beleggingsportefeuille die op verschillende momenten goed presteert, kennelijk breed ingang heeft gevonden. Informele observaties van groepen wijzen erop dat een “3 strikes and you’re out” manier van onbewust denken zich ook kan voordoen wanneer beleggers een reeks verliezen doormaken.

    Dit duidt erop dat mensen de eerste correctie op de aandelenmarkt goed doorstaan, pijnlijk getroffen worden door de tweede en uiteindelijk capituleren bij de derde daling. Helaas lijken aandelenmarkten zich vaak in drie afzonderlijke neergaande golven te corrigeren alvorens te herstellen. Sterker nog, dit is een centraal thema van de ‘Elliot Wave’-theorie over correcties op aandelenmarkten.
    Volgens deze theorie worden drie neergaande golven afgewisseld door twee kleinere consolidatiegolven in een vijfdelige cyclus (waarin de overheersende trend neergaand is; het patroon is omgekeerd in positieve, bullmarkten). De tragische ironie is dus dat veel beleggers door hun onderbewustzijn worden geïnstrueerd om precies het verkeerde moment te verkopen.
    Inzicht ontwikkelen in onze aversie tegen verliezen is cruciaal om een succesvolle belegger te worden. Vooral bij tegenslag moeten we zorgvuldig bekijken welk deel van onze hersenen onze beleggingsbeslissingen neemt voordat we instinctief naar de verkoopknop grijpen.

    http://www.iexprofs.nl/Column/Columns-Opinie-Wetenschappelijk/74683/Beleggers-zijn-slechte-verliezers.aspx

    BeantwoordenVerwijderen
  7. "Sell! Sell!"
    20 Apr 2012 om 12:00 - Peter van Kleef - Gerelateerde onderwerpen: GMO, Jeremy Grantham

    De driemaandelijkse nieuwsbrief van vermogensbeheerder GMO is weer uit, en dat is smullen geblazen voor beleggers. Het epistel, waarvan Jeremy Grantham het leeuwendeel voor zijn rekening neemt, is een must read voor elke langetermijnbelegger. Dit keer snijdt Grantham een gevoelig thema aan voor vermogensbeheerders en, vooruit, adviseurs.
    Want hoe reageer je als de bullmarkt van je wegloopt? En hoe communiceer je dat naar je klant toe? Een bekende uitspraak die aan John Maynard Keynes wordt toegedicht is: 'de markt kan langer irrationeel blijven dan dat een belegger solvabel kan blijven.’ Grantham prafraseert die wijsheid. "Voor ons als vermogensbeheerders geldt eigenlijk: ‘De markt kan langer irrationeel blijven dan dat onze cliënten geduldig kunnen blijven’.”
    De tijdspanne waarin een belegger geduldig zijn verliezen (of achterstand op de benchmark) accepteert, is volgens Grantham drie jaar, onder normale omstandigheden. Maar die tijd kan korter zijn als de achterstand aan het begin van de beheerrelatie optreedt, of juist langer als die komt na een reeks succesvolle jaren. Een goede vermogensbeheerder is iemand die voor zijn werkgever een extra jaar aan het geduld van een belegger weet toe te voegen, stelt Grantham dan ook.
    Tegen de bullmarkt in
    Grantham citeert Keynes die in zijn boek General Theory al opmerkte dat de langetermijnbelegger op ‘weinig genade’ hoeft te rekenen als hij op de korte termijn scheef zit – hetgeen volgens Keynes door de irrationele markt te verwachten valt. Grantham ‘uit eigen ervaring’ dat een vermogensbeheerder fors afgestraft kan worden als hij tegen een bullmarkt inzet, maar tegelijk is GMO het bewijs dat je het wel kunt overleven.
    Daarvoor moet een vermogensbeheerder aan drie voorwaarden voldoen, stelt Grantham.

    Niet te vroeg instappen bij dips
    Redelijk gespreid blijven
    Nooit leverage gebruiken

    Maar, stelt Grantham, hier geldt Warren Buffetts adagium dat beleggen 'wel simpel, maar niet eenvoudig' is . Hoewel GMO nooit met geleend geld heeft belegd, maakten Grantham & Co op de eerste punten wel klassieke fouten.
    Sell! Sell!
    Hilarisch is de anekdote die Grantham vertelt over zijn zus, voor wie hij al 43 jaar het vermogen beheert. In tegenstelling tot zijn normale klanten, heeft Grantham voor zijn zus ‘volledige vrijheid’. Geen restricties, geen benchmark, en geen vervelende telefoontjes. Eén keer slechts besloot Grantham, na forse verliezen in opkomende markten, om op eigen initiatief een slechtnieuwsgesprek met zijn zus te houden.
    Nog voor hij de details kon vertellen, schreeuwde zijn zus, in volledige paniek, al: ‘Sell! Sell!’ Grantham verkocht de posities niet en kort daarna volgde een scherp herstel en waren de verliezen omgetoverd in forse winsten. Nadat hij zijn zus dat vertelde, kreeg hij precies dezelfde reactie – hoewel dit keer niet door paniek ingegeven - ‘Sell! Sell!’
    Grantham: "Maar als een client de rendementslijstjes bekijkt en cijfers ziet als +47%, +31% en +24% bij bullishe concurrenten en dan GMO's +12%, dan kan zijn geheugen hem op dat moment in de steek laten en hem verleiden tot de uitroep 'Wie heeft die 12%-beheerder opgenomen in onze portefeuille?'."
    "We hopen dan maar dat hij onze rendementen in andere omstandigheden herinnert. En anders is het nog altijd de moeite waard." Niet de benchmark, maar de drive om een goed lang trackrecord op te bouwen bepaalt het beleid van GMO, stelt Grantham, en dat gaat gepaard met de bereidheid om daardoor onderweg klanten te verliezen.

    BeantwoordenVerwijderen